Functioneel antagonisme farmacologische en indirecte


3) antagonisme TYPE FUNCTIONEEL


Het antagonisme van het functionele type heeft niet meerù te maken met de receptoren, maar betreft het type functie dat gaat overwegen. Om het gemakkelijker de definitie die we in twee klassen van geneesmiddelen die werken op het niveau van de luchtwegen begrijpen. Een type geneesmiddel provocherà ontspanning van de bronchiale spieren, omdaté gedraagt ​​als een agonist op de receptoren ß het noradrenerge systeem, terwijl de tweede klasse van geneesmiddelen (die de werking van acetylcholine nabootst) gaat binden aan muscarine receptoren, die de contractie van bronchiale gladde spieren stimuleren. Zijn twee verschillende klassen van geneesmiddelen die werken op twee verschillende zenuwstelsel (één è het parasympathische, sympathie voor de andere), en verschillende receptoren die verschillende functies uitvoeren. Het is een functioneel antagonisme. omdaté in het eerste geval de versoepeling van spierweefsel bereikt, terwijl in het tweede geval de samentrekking van de spieren bereikt. Voordat was er sprake van antagonisme op dezelfde receptor, maar nu praten we van antagonisme op verschillende receptoren, maar met verschillende stoffen die inwerken op dezelfde stof.


Receptoragonist ß = ONTSPANNING bronchiale gladde spieren
Muscarine agonist = contractie van gladde spieren BRONCHIAAL


Hetzelfde kunt uò alsnog het cardiovasculaire systeem, omdaté ja dat is zo è altijd in de aanwezigheid van twee zenuwstelsels, tegenover elkaar. De stimulatie van de receptoren van het sympathische zenuwstelsel verhoogt de activiteità hart, in plaats receptor stimulatie van het parasympathische systeem vermindert de activiteità cardiale. Vervolgens è altijd in de aanwezigheid van een functioneel antagonisme.

4) antagonisme FRAMACOCINETICO of indirecte


Er is sprake van antagonisme farmacokinetische of indirect wanneer een stof interfereert met de farmacokinetiek van het geneesmiddel (absorptie, metabolisme en excretie). Bijvoorbeeld Aspirine ® meer geabsorbeerd, vereist een omgeving met een zure pH, dan als we aannemen natriumbicarbonaat - aangezien het milieu niet è più zuur - zijn minder dan de optimale voorwaarden voor de opname van Aspirine®. In dit geval is een farmacokinetische interactie opzichte van de absorptie, aangezien het bicarbonaat gaat naar de acetylsalicylzuur absorbeerbare antagoniseren waardoor het minder effectief. Je kanò hebben echter ook een antagonisme op de stofwisseling, dankzij all'attività een bepaald enzym inducerende dat het metabolisme van andere geneesmiddelen modificeren, versnellen de biotransformatiereacties. Tot slot kunt uò het hebben van een antagonisme op de eliminatie van het geneesmiddel, zoals in het geval van probencid, waarvan de afschaffing van penicilline binding aan vervoerders die normaal leiden tot de afscheiding van penicilline in de niertubuli antagoneert. è daarom belangrijk de term antagonisme met de opvatting van verminderde drug effect niet te associëren, omdaté niet doen è gezegd dat het altijd zoì.